Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Om tot een gezamenlijk pedagogisch klimaat te komen, is uitwisseling op de werkvloer van belang. Binnen de kinder- en peuteropvang worden de groepen geleid door pedagogisch medewerkers, op onze school gaat het om de leerkrachten van de groepen 1 en 2. Met elkaar streven wij naar een doorgaande lijn voor kinderen in de leeftijd van twee tot zes jaar. De meeste kinderen popelen om naar de ‘grote school’ te gaan, voor anderen is het een angstig moment. Het helpt enorm als kinderen al weten welke juf of meester ze krijgen en in welk lokaal ze straks zitten. Ook voor ouder(s)/verzorger(s) is het prettig als er een soepele overgang is naar het basisonderwijs.

Professionals van voorschoolse voorzieningen en basisscholen zijn samen in staat om continuïteit in de ontwikkeling van kinderen te garanderen. Maar hoe ziet een doorgaande lijn van de voorschool naar de basisschool eruit en hoe kun je die vormgeven? Collegiale consultatie is een middel om de doorgaande lijn te versterken. Wij hebben aandacht voor een persoonlijke overdracht van gegevens met betrekking tot de ontwikkeling en bijzonderheden van het kind bij de overgang van voor- naar vroegschool en de betrokkenheid van de ouder(s)/verzorger(s) hierbij. De overdracht vindt plaats in het kader van de doorgaande ontwikkelings- en begeleidingslijn.

Doorgaande lijn van kinderopvang naar basisschool

Een doorgaande lijn zorgt ervoor dat kinderen goed voorbereid aan de basisschool beginnen en dat ze begrijpen wat er van hen wordt verwacht. Hierbij gaat het om de wijze waarop leer- en ontwikkelingsdoelen op elkaar voortbouwen, thema’s overeenkomen, de pedagogisch-didactische aanpak bekend is en de omgang met ouder(s)/verzorger(s) is afgestemd.

Allereerst is het van belang dat leer- en ontwikkelingsdoelen bekend zijn bij alle instellingen en dat de pedagogisch medewerkers schriftelijk dan wel mondeling doorgeeft in hoeverre een kind de doelen heeft behaald. Voorts is het voor kinderen en ouders prettig wanneer de pedagogisch-didactische aanpak in de kleuterklas overeenkomt met die in de voorschool.

Dat kan door afstemming van opvattingen over het omgaan met jonge kinderen tussen de kinderopvang waar het kind van afkomstig is en de school. Het gaat dan bijvoorbeeld om;  'Wanneer grijp je in als kinderen onderling ruzie maken en wanneer bemoei je je wel en juist niet met het spel van kinderen? '. Het gebruik van hetzelfde kindvolgsysteem zorgt voor inhoudelijke afstemming, want professionals gebruiken dezelfde termen om de ontwikkeling te duiden.

Gezamenlijke activiteiten zijn een goed middel om een inhoudelijke doorgaande lijn te realiseren. Zowel voor- als vroegschools werken opbrengstgericht in de voor- en vroegschoolse periode om het beste uit kinderen te halen.

Alle leerlingen krijgen passend onderwijs:

  • Afstemming aanbod woordenschat
  • Afstemming aanbod thema’s
  • Afstemming van activiteiten op het ontwikkelingsniveau van kinderen
  • Gedifferentieerd aanbod ongeacht VVE-indicatie
  • Er wordt gewerkt met SLO doelen, waarbij gerichte aandacht wordt besteed aan kinderen met specifieke onderwijsbehoeften

Er is een werkgroep gevormd waarin pedagogisch medewerkers, leerkrachten en intern begeleiders (IB-ers) inhoud geven aan de bijeenkomsten waarin ervaringen worden gedeeld waardoor de doorgaande lijn duidelijk wordt en blijft. Deze bijeenkomsten worden begeleid en ondersteund door de coach VVE.